Een gesprek met Joëlle Dubois

“Ik wil werk creëren dat complexer is en vrouwen portretteren die meer te bieden hebben dan hun sexappeal.”

Foto’s: © Sint-Lukasgalerie

Een geknielde vrouw houdt met haar rechterhand een sigaret vast, met haar linker een smartphone die gericht staat op haar vagina. Een kat kijkt toe, drie peuken in de asbak. Een blanke man en zwarte vrouw liggen in bed, elk met hun smartphone in de weer, een tafereel dat nét na de daad contradictorisch enige lusteloosheid doet vermoeden. Het spectrum van Joëlle Dubois (28) slaat ongenadig in je ziel.

“In onze samenleving domineren het vluchtige en het oppervlakkige. Dat maakt het tegenwoordig moeilijker om intimiteit te vinden. Langs de andere kant denk ik niet dat de diepere waarden zoals intimiteit ooit zal verdwijnen, het is gaandeweg aan het transformeren.”

Dubois toonde na haar afstudeerjaar haar werk in de Sint-Lukasgalerie tijdens Jonge Kunstenaars 2015, en won twee jaar geleden de publieksprijs op Coming People, een tentoonstelling van het S.M.A.K. Sindsdien werkte Joëlle als illustratrice voor onder andere De Morgen en Zeno magazine, kreeg ze een eervolle vermelding van de Gaverprijs 2018 (een tweejaarlijkse wedstrijd voor schilderkunst die na de Young Belgian Art Prize wellicht de belangrijkste Belgische prijs voor schilderkunst is) en exposeerde ze in M2 Gallery in Londen.

Die onvermoeide kracht en prestatiedrang kreeg ze mee uit het verleden.

“Ik heb eigenlijk een onbezorgde jeugd gehad. Door als enig kind op te groeien werd mijn fantasie extra gevoed. Ik kon uren lang tekenen of maakte kampen uit afvalkarton. Of ik schreef een script voor een film, nam de videocamera van mijn vader en ronselde wat vriendjes bij elkaar die moesten fungeren als hoofdacteurs (lacht). Ik deed alles met veel passie en inzet. Ik had dan ook het geluk dat mijn ouders me destijds altijd de vrijheid hebben gegeven die mijn creativiteit stimuleerde. Ze gaven me het gevoel dat alles mogelijk was, de wereld lag aan m’n voeten. Dit zorgde er tegelijkertijd ook wel voor dat ik me als kind steeds wilde bewijzen, vooral door die hechting aan mijn ouders. Ik had immers geen vergelijkingsmateriaal ten opzichte van broers of zussen. Daardoor is mijn prestatiedrang steeds hoog en ben ik streng voor mezelf, bijna op het perfectionistische na.”

JOELLEDUBOIS_digitallove_008_small

Het werd al snel duidelijk dat het artistieke de bovenhand nam. Elke woensdag- en zaterdagmiddag ging ze naar het kinderatelier in het MSK Gent, en op latere leeftijd volgde ze tekenacademie in het weekend. Tijdens haar tienenjaren waren er model- en tekenlessen na de schooluren in Sint-Lucas Gent. “Mijn keuze om kunst te gaan studeren was vanzelfsprekend, ik kon me er volledig in kwijt. Ook tijdens mijn middelbare school vonden ik en mijn medestudenten dat ik er goed in was. Ik zag mezelf geen universitair diploma halen in de geneeskunde bijvoorbeeld.”

Hoe beleefde je de kunstopleiding an sich? Weet je wanneer je eigenlijke ‘handtekening’ is ontstaan?
“Het heeft eigenlijk een hele tijd geduurd. Ik worstelde enorm tijdens mijn masterjaren. Eerst ging ik meer voor het realisme, ik wilde de anatomie volledig onder de knie krijgen en was vastbesloten om te bewijzen dat ik een beeld kon creëren, dus startte ik vaak vanuit een foto die ik dan naschilderde. Maar ik was nooit echt tevreden met het resultaat. Het was te flets of levenloos. Ik besloot het dan anders aan te pakken. Ik gebruikte nog wel foto’s, maar legde ze meer en meer aan de kant. Ik ging ze niet meer natekenen maar gebruiken als flarden of restanten om zo m’n eigen stijl te gaan ontwikkelen. Maar Sint-Lucas schopte me echt in mijn reet, de kritieken waren brutaal en pas tegen het einde van de opleiding realiseerde ik me dat ik moest stoppen met dingen te gaan doen waarvan ik dacht dat anderen het zouden goed vinden. Eindelijk begon ik een eigen beeldtaal te ontwikkelen en zocht ik manieren die ik leuk en interessant vond. Gelukkig had ik in dat twee jaar durende masterjaar een geweldige promotor die heel bemoedigend werkte. Het helpt echt om kritiek te krijgen van iemand die ik zelf bewonderde. Als je elkaars werk niet respecteert lukt het gewoon niet.”

‘De rode draad doorheen mijn werk is een universeel gegeven. Het zou ook niet juist zijn om enkel witte mensen af te beelden. Alsof ze in andere werelddelen niet met technologie bezig zijn. Ik merk dat veel mensen deze diversiteit op straat niet altijd zien, of willen zien.’


Verwrongen paden.

Dubois haalt haar inspiratie uit werk van Henri Rousseau, Frida Kahlo, Paul Gauguin, David Hockney en Elisabeth Gevaert. Ze noemt hen haar ‘leermeesters’.

“Hun surrealistische elementen, kleurkeuzes en grafische kwaliteit bewonder ik enorm. Ik ben voornamelijk helemaal weg van de eerlijkheid in hun werk. Als ik me vandaag aan namedropping zou wagen, zou ik gaan voor Kehinde Wiley, Naudline Pierre, Ishii Nobuo,…goh, teveel om op te noemen. Ik hou ook enorm van de traditionele Japanse kunst (Shunga). Het is intrigerend hoe de lichamen zijn gecreëerd met traditionele houtsnede technieken. Vooral hoe de vingers en tenen worden afgebeeld, helemaal verkrampt. Alsof je de intensiteit van de actie bijna kan voelen. En natuurlijk is er ook het werk van Toshio Saeki. De manier waarop hij op een mystieke manier de perverse en verwrongen paden van de erotica illustreert, dat doet me iets.”

Het grootste deel van haar inspiratie vindt ze echter in niet-westerse kunst, zoals Aziatische, Afrikaanse of Latijnse kunst. Ze wordt gebeten door andere culturen.

“In deze kunstvormen vind ik ware eerlijkheid. Vaak wordt niet-westerse kunst ‘naïef’ genoemd, maar ik denk niet dat dit de juiste manier is van beschrijven. Het heeft meer iets ‘alledaags’, iets dat niet is bestudeerd, dat voor iedereen toegankelijk is. Het is gemaakt door en voor gewone mensen. Dit in contrast met de academische kunst die zo gecodeerd is waarvan men een werk niet kan vatten tenzij de maker duidelijk heeft gemaakt wat hij ermee wil uitdrukken.”

In vele werken gebruik je interraciale personages. Waaruit is dat ontstaan?
“Daar zijn een aantal redenen voor. De eerste is vrij simpel, ik ben opgegroeid rond mensen van verschillende nationaliteiten en achtergronden. Deze mensen maken gewoon deel uit van mijn leefwereld en wat ik schilder is de directe neerslag van mijn eigen levenservaring met respect voor andere culturen. Van kindsaf was ik gefascineerd door andere culturen, gewoontes, andere normen en waarden, talen, schoonheidsidealen, culinaire gerechten, en mijn werken uiten dat ook. Ik waardeer ook de esthetische waarde van de verschillende personages. We zijn nu eenmaal zo divers, en diversiteit geeft schoonheid. En dan is er natuurlijk de symbolische waarde die diversiteit aan een stuk toevoegt. De rode draad doorheen mijn werk is een universeel gegeven. Het zou ook niet juist zijn om enkel witte mensen af te beelden. Alsof ze in andere werelddelen niet met technologie bezig zijn. Ik merk dat veel mensen deze diversiteit op straat niet altijd zien, of willen zien. Ik geloof dan ook in een diep verzet binnen de kunstwereld tegen het erkennen van raciale constructie als een realiteit. Er is maar één ras, en dat is het menselijke ras. Raciale constructie is door de mens gemaakt om categorieën te creëren en om bepaalde machtsstructuren in stand te houden. Als we dit gaan erkennen zouden we niet meer spreken over zwart/wit. Het menselijk lichaam in al zijn facetten van identiteit, geslacht, seksualiteit en etniciteit staat centraal in mijn werk. Mensen veranderen hun lichaam, haar en kleding om zich aan te passen aan of te rebelleren tégen sociale conventies. Ook om boodschappen uit te drukken aan anderen om hen heen. Als kunstenaar doe ik dit ook.”

JOELLEDUBOIS_digitallove_004_small

Je werk heeft naast een goede dosis zelfreflectie rond sociale media ook vaak een erotische ondertoon. Hoe zie jij de correlatie tussen de sociale media en seksualiteit?
“Er is bijna geen taboe meer in onze samenleving. Alles is mogelijk en iedereen heeft wel een label om zich te kunnen uitdrukken in wie hij of zij is. Er zijn zoveel verschillende vormen van oriëntatie en seksualiteit. De grens tussen normaal en afwijking lijkt te vervagen en sociale media is het ultieme platform om deze onderwerpen naar voren te brengen. Dit brengt grote tolerantie, maar ook een verontrustende kloof. Het roept existentiële vragen op zoals ‘wie of wat’ ben ik?”

Naakte kwetsbaarheid.

Mochten je werken foto’s zijn zou er heel wat censuur zijn. Let je daarop wanneer je schildert?
“Het vrouwelijke lichaam is voor mij visueel interessanter, door de rondingen denk ik. Mannen schilder ik wel graag voornamelijk vanwege het haar, zoals het borst- , arm- en beenhaar. Die textuur ziet er interessant en cool uit. Maar toch blijft het vrouwelijke naakt gewoon leuker om te schilderen en penissen zien er voor mij meteen vulgairder uit. Die zaken worden wel meteen gecensureerd hoor. Éen rechtopstaande lul en meteen word ik gemarkeerd. Het is niet mijn bedoeling om te choqueren. Het menselijke lichaam staat centraal, ik hou ervan om lichamen te schilderen, ik vind ze interessant en er ook wel grappig uitzien. Iedereen heeft er één, dus naaktheid is herkenbaar. Wanneer mensen naakt zijn, zijn ze kwetsbaar. De situaties die ik schilder gaan vaak over intimiteit en seksualiteit. Sommige mensen gaan zich daarbij oncomfortabel voelen, maar daar hou ik net van.”

“Ik wil werk creëren dat complexer is en vrouwen portretteren die meer te bieden hebben dan hun sexappeal. Zo kwamen de kegelvormige borsten bijvoorbeeld. Ik maak mijn mensen meer omvangrijk en probeer mensen te schilderen die niet noodzakelijk traditioneel mooi zijn omdat ik niet het imago van dat lege schoonheidsideaal wil behouden. Dit is een deel van de reden waarom het erg belangrijk voor me is om seksualiteit en de vrouwelijke vorm in mijn kunst te onderzoeken. Ik voel me comfortabel met het delen van mijn eigen perspectief over vrouwen als een vrouw. Ik wil niet dat mijn vrouwen ornamenten zijn – ze zijn actieve deelnemers in hun wereld met hun eigen complexe verhalen. De eerste keer dat iemand mijn werk sexy noemde, was wat verwarrend, maar toen ik het hoorde en het meer voor mezelf zag, probeerde ik dat aspect van mijn werk te accepteren en te omhelzen. En daarbij zijn borsten gewoon leuk om te schilderen, ha! (lacht)”

“Ook in het gebruik van een enigszins afgeplat perspectief heeft visueel op de een of andere manier een verontrustend effect, maar dat versterkt wel de digitale omgeving waarin we leven. De wereld die ik afschilder is vervreemdend, dus het is voor mij logisch dat het perspectief ook niet perfect is. Zo is het decor in mijn schilderijen vaak ommuurd of omheind, symboliek voor zowel gevangenschap als geborgenheid.”

JOELLEDUBOIS_digitallove_007_small

Dubois’ oeuvre bestaat voornamelijk uit kleine canvassen, extreem fijn en gedetailleerd geschilderd, maar binnenkort  wil ze wel de uitdaging aangaan om grotere schilderijen te maken.

“Zo’n groot canvas voelt wel wat beangstigend en vreemd aan. Ik ben het eigenlijk al een tijdje aan het uitstellen maar binnenkort sluit ik me op in mijn atelier om m’n angst te overwinnen. Er zijn ook al wat nieuwe thema’s aan het broeden die ik graag wil uitwerken. Het gaat vaak over stemmingen en sferen die meer dan één betekenis kunnen hebben.”

 

Binnenkort plant ze een tentoonstelling in Bruthaus Gallery in Waregem en een solo-tentoonstelling in Rehbein Gallery in Keulen. Ze is ook geselecteerd voor de jaarlijkse veiling van Museum Dhont-Dhaenens die plaatsvindt op 31 augustus 2018.

 

***

 

Joëlle Dubois maakte in opdracht van de Sint-Lukasgalerie Brussel een editie van 40 exemplaren: ‘Digital Love’. Die wordt te koop aangeboden. Voor meer info volg je deze link.

 

 

 

 

.

Advertenties
%d bloggers liken dit: