1975. Een keuze uit de kunstwerken van Stefaan De Clerck en Mine De Jaegere

Een tentoonstelling met kunstwerken van een nationale politicus is eerder zeldzaam.  De kunstwerken bewijzen de wisselwerking tussen een maatschappelijk levensverhaal en een artistieke belangstelling. Stefaan De Clerck en Mine De Jaegere verzamelden kunst van in hun studententijd en doorheen hun loopbaan.  Zulke presentatie is zeker op haar plek in de faculteit waar ze beiden  in 1975 afstudeerden. Tevens bewijzen de werken dat kunstenaars op hun manier de graadmeter zijn van hun tijd.

Werken van Michael Aerts,  Carl De Keyzer, Marie-Yvonne Gervais de Lafond, Marin Kasimir, Tadashi Kawamata, Yayoi Kusama,  Thomas Lange, Emilio López-Menchero, Ever Meulen, Lieven Neirinck, Li Songsong, Marc Stockman, Hans Vandekerckhove, Philippe Vandenberg, Johan Van Geluwe, Jan Vanriet, Ria Verhaeghe, Klaus Verscheure, Robin Winters
Curator Filip Luyckx

Vernissage 20.03.02018 om 19u00 aan de inkomhal van College De Valk.
Na de opening volgt een receptie gelieve uw aanwezigheid de bevestigen via de website.

Data 21.03 – 23.06.2018 | Locatie: College De Valk, Tiensestraat 41, 3000 Leuven

Openingsuren: ma – vrij 9u – 19u | za 10u – 13u

St De Clerck_038_WEBVERSIE

Marc Stockman “Giscard d’Estaing” (1975)  olie op doek 146x116cm

1975. Een keuze uit de kunstwerken van Stefaan De Clerck en Mine De Jaegere

De ideale presentatievorm van kunst bestaat niet.  Vaak wordt verwezen naar de White Cube, de vlekkeloze witte museumruimte.  Maar dat model hanteren als de exclusieve presentatievorm houdt zoveel premissen in die creatie en receptie in een keurslijf dwingen.  Tal van kunstoeuvres zijn nooit bedoeld voor een museum: ze ontstaan in interieurs,  de natuur of de stedelijkheid, het podium of de virtuele ruimte en kunnen daar ook best blijven.  Veel heeft te maken met de bedoelingen van de kunstenaars en de samenleving.  Hoeft kunst alleen passief bekeken te worden bij tentoonstellingsbezoek door een vast publiek?  De presentatie  van een werk functioneert vaak veel beter in een omgeving die een directe binding heeft met vorm of inhoud.  Elke situatie brengt andere ervaringen teweeg en stimuleert andere gedachten.  Als er niet meer publiek mee wordt bereikt, wordt er alleszins ander publiek mee bereikt.  Ook de bewuste kijker beleeft het werk op een andere manier.  Vandaar het toenemend aantal kunstintegraties in bedrijven, de publieke ruimte en in  historische of industriële panden.  Kunst verschijnt op festivals, als buurtproject of op sociale  media.  Er ontstaat kunst voor oneindig veel plekken en toepassingen.  Wat kunstwerken eventueel aan presentatie inboeten, winnen ze aan confrontatie.  Of ze mag evenzeer tot een poëtische ervaring leiden.  Bepaalde kunstwerken vinden vaak een ideale plek buiten de museummuren, maar de interpretatie van wat ideaal is kan verschillen.

De Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KULeuven is zeker geen White Cube en zal het ook nooit worden.  Dat neemt niet weg dat De Valk onder impuls van decaan Bernard Tilleman de deuren wijd opengooit voor actuele kunst.  Naast tentoonstellingen samengesteld door curatoren en verzamelaars wordt er ook een bescheiden verzameling aangelegd die zich over de campus verspreidt.  De meeste studenten zullen zelf nooit in de artistieke sector terecht komen, maar de  onopvallende confrontatie met kunst roept onvermijdelijk aandacht op voor andere levensaspecten dan wat er in het curriculum aan bod komt.  Zoals recht niet vreemd is aan al wat deel uitmaakt van de mens, is kunst daar ook mee verbonden. Beide disciplines pendelen tussen het concrete materiaal en abstracte kaders.  De kunstverzameling van een juridisch echtpaar illustreert hoe kunst en recht hand in hand kunnen gaan.  Als een van die beide oud-studenten dan nog een politieke loopbaan kan voorleggen, wordt het als tentoonstelling op een rechtsfaculteit bijzonder.

Studenten blijven net als het grote publiek vaak in de onwetendheid over het belang van verzamelingen en verzamelaars.  Veel ervan voltrekt zich uiteraard in de privésfeer, al zijn er ook een aantal megaverzamelingen uitgegroeid tot volwaardige kunstinstituten.  Het besef dat er een brede waaier van liefhebbers actief is, kan kunst meer onder de publieke aandacht brengen.  Dat varieert van de gepassioneerde liefhebber over het voortzetten van een familietraditie tot haast professionele verzamelaars die er hun hoofdbezigheid van maken.  Vaak denken we aan ondernemers, investeerders, vrije beroepen. De politieke wereld wordt veel minder met kunst geassocieerd zolang het niet over subsidies gaat.  Nochtans kent de bevolking de politici goed vanuit de media en hun maatschappelijke functie.  Een tentoonstelling met kunstwerken van een politicus is heden ten dage een zeldzame gebeurtenis.  We beschouwen deze tentoonstelling dan ook als een model dat enigszins afwijkt van de zoveelste tentoonstelling van private kunstwerken.  Het belang ervan ligt niet louter in de kunst – al bevat de presentatie zeker grote namen en ontdekkingen van ondergewaardeerd werk – , maar evenzeer in de maatschappelijke dimensie.  Kunstwerken verwerven in die hoedanigheid een iconografische betekenis als tijdsdocumenten. Stefaan De Clerck is in de eerste plaats actief in de politiek, Mine De Jaegere als advocaat. Parallel daaraan fascineerde kunst hen beiden van in de tienerjaren, als gedreven liefhebbers. Vooral de kunstenaar Marc Stockman speelde daarbij een cruciale rol.  De belangstelling werd verder gevoed door de vele ontmoetingen met andere kunstenaars. Stefaan De Clerck weet snel het talent uit de eigen regio te waarderen, parallel aan zijn bekommernis om internationale kunstenaars naar de Leie-stad te halen. Geregeld bezoekt hij kunstenaars in hun atelier of ontmoet ze op openingen. Die uitwisseling is zeker even waardevol als het aankopen van werken, die vervolgens een vast onderdeel worden van hun woonomgeving. Hoe accidenteel dat ook mag lijken,  het blijven keuzes op de snede tussen de maatschappelijke functie en de kunst.

Uit een huis vol kunst moeten er uiteraard keuzes worden gemaakt in dialoog met de kunstliefhebbers.  Veel aandacht gaat uit naar de kruisbestuiving tussen het maatschappelijke leven en de kunst.  Er is tegenwoordig veel politieke kunst, maar weinig kunst uit de omgeving van de politieke actoren.  Deze tentoonstelling maakt de wisselwerking duidelijk tussen politiek leven en artistieke activiteit, zonder dat de twee milieus hun onafhankelijkheid prijs geven. Of ze toont aan welk potentieel er open ligt.   Zulke uitwisseling overstijgt het persoonlijke en artistieke belang omdat deze publieke figuren deel uitmaken van de geschiedenis. Kunstwerken verwerven in die hoedanigheid een iconografische betekenis als tijdsdocumenten, maar bij echte kunstenaars als in deze tentoonstelling haalt de visie van de kunstenaar het overduidelijk op het documenteren.  We onderscheiden enkele subthema’s met maatschappelijke betekenis:  de twee periodes van Stefaan De Clerck als minister van Justitie, het burgemeesterschap van Kortrijk, de inzet voor Stichting Het Kanaal.  Voor zover mogelijk werden de thematische werken in elkaars nabijheid opgehangen.  Maar zelfs in de meer persoonlijke thema’s gluurt de politiek om de hoek.  Van Marc Stockman verwerft het echtpaar op jonge leeftijd het portret van de toenmalige Franse president Valéry Giscard d’Estaing. De Catalaanse kunstenaar Antoni Muntadas ontwierp een groot tapijt dat de Europese muntpolitiek voor de Euro symboliseert (niet in de tentoonstelling). Johan Van Geluwe alludeert in zijn briefwisseling op de culturele verantwoordelijkheid van de politicus. Occasionele aankopen blijken vaak van kunstenaars die bekommerd zijn om de grote wereld. Het isolement van de kunstenaar in het atelier zorgt voor de vereiste concentratie die hen juist in staat stelt om iets over de buitenwereld te vertellen. Doorheen de verzameling van een politicus verandert ook onze blik op de werken.  We merken dat het isolement in het atelier kunstenaars niet belet met empathie de wereld te interpreteren.

Filip Luyckx, 2018

Advertenties